INHOUDSOPGAVE
Inleiding
Inspanningsincontinentie: wat is het, hoe wordt het onderzocht
en welke behandelingsmogelijkheden zijn er?
::
Wat is inspanningsincontinentie?
::
Gesprek
::
Onderzoek
--
Gynaecologisch onderzoek
--
Urineonderzoek
--
Urodynamisch onderzoek (UDO)
::
Behandeling van inspanningsincontinentie
--
Fysiotherapie
--
Medicijnen
--
Een ring of pessarium
--
Andere hulpmiddelen
--
Operatieve behandelingen
--
Kiezen voor een behandeling
--
Wie behandelt u bij klachten over inspanningsincontinentie?
Wat is een TVT-operatie?
::
Resultaten
::
De kans dat de operatie uw klachten verhelpt
Hoe verloopt een TVT-operatie?
::
De operatie zelf
::
Na de operatie in het ziekenhuis
::
Weer thuis
--
Het plassen
--
Niet zwaar tillen
--
En verder...
Complicaties
--
Een blaasontsteking
--
Een vaginale schimmelinfectie
--
Een kleine bloeduitstorting in de buikwand
--
Een bloeding in de vagina tijdens de operatie
--
Het lukt niet om te plassen
--
Een beschadiging van de urinebuis of de blaas
--
Een nieuwe klacht: aandrangincontinentie
--
Complicaties op langere termijn
::
Controle na de operatie
::
Wanneer moet u tussentijds contact opnemen?
Tot slot
Om verder te lezen
INLEIDING
Deze folder geeft informatie over de TVT-operatie.
TVT is een afkorting van tension-free vaginal tape. Bij de TVT-operatie krijgt
de urinebuis een draagband die zonder spanning via de vagina (schede) wordt aangebracht.
De operatie wordt steeds vaker toegepast bij inspanningsincontinentie.
Inspanningsincontinentie: wat is het, hoe wordt het onderzocht en welke
behandelingsmogelijkheden zijn er?
Een uitgebreid antwoord op deze vragen krijgt u in de brochure
Bekkenbodemproblemen
bij vrouwen. Vrouwen die deze brochure gelezen hebben kunnen nu verder lezen
bij het hoofdstuk:
Wat is een TVT-operatie.
Voor de andere lezers geven wij hieronder deze informatie kort weer.
:: Wat is inspanningsincontinentie
Inspanningsincontinentie is een vorm van urineverlies die voorkomt bij inspanning
zoals tillen, sporten of springen. Men spreekt ook wel van stressincontinentie.
Me 'stress'
wordt hier bedoeld dat het urineverlies optreedt als de druk in
de buikholte plotseling toeneemt door het aanspannen van de buikspieren. Dit
gebeurt bijvoorbeeld bij niezen, hoesten, lachen, tillen, sporten of plotseling
opstaan. U verliest dan urine zonder dat u aandrang voelt.
:: Gesprek
Bij incontinentieproblemen is het belangrijk dat de arts goed weet wat uw klachten
zijn. Daarom moet u ze meestal in uw eigen woorden beschrijven. U krijgt daarna
soms nog meer vragen: hoe het gaat met plassen, ontlasting, seksualiteit, en
of er andere gynaecologische klachten zijn. Ook ziekten, vroegere medische ingrepen,
eventuele eetproblemen, medicijngebruik en zwangerschappen kunnen aan de orde
komen. Al deze onderwerpen zijn mogelijk van belang voor uw klachten en daarmee
voor verder onderzoek en behandeling. Na het eerste gesprek volgt een gynaecologisch
onderzoek.
Aan de hand van de zo verzamelde gegevens bespreekt de arts met u of aanvullend
onderzoek noodzakelijk is.
Urineonderzoek en een urodynamisch onderzoek worden bij deze klachten het meest
uitgevoerd, maar soms is ook een cystoscopie, echoscopie of röntgenonderzoek
nodig.
:: Onderzoek
Bloedonderzoek is mogelijk om bloedarmoede, ijzergebrek of afwijkingen in de
bloedstolling op te sporen.
-- Gynaecologisch onderzoek
De arts vraagt u plaats te nemen op een gynaecologische onderzoekstoel. U ligt
met uw benen gespreid, zodat de ingang van de vagina goed zichtbaar is. Vaak
begint de arts met de vraag of u wilt persen. Daarna wordt een speculum (spreider)
in de vagina gebracht. De baarmoedermond kan nu bekeken worden. Soms vraagt de
gynaecoloog of uroloog u nogmaals om te persen; zo wordt een kleinere verzakking
zichtbaar. Dan volgt vaak een inwendig onderzoek (vaginaal toucher): de arts
brengt twee vingers in de vagina en legt de andere hand op uw buik om de baarmoeder
en eierstokken af te tasten. Soms krijgt u de vraag om nogmaals te persen of
juist de bekkenbodemspieren aan te spannen om de kracht van deze spieren te meten.
Als er ook klachten zijn over andere organen (darmen, vagina) krijgt u soms een
gecombineerd inwendig onderzoek via de vagina en de anus (rectaal toucher).
-- Urine onderzoek
Een urineonderzoek kan uitwijzen of er een blaasontsteking bestaat. Hiervoor
is een 'gewassen plas' nodig. U maakt eerst de ingang van de vagina schoon,
plast dan een klein beetje uit, en vangt de rest op in een potje.
-- Urodynamisch onderzoek (UDO)
Bij een urodynamisch onderzoek wordt nagegaan hoe de blaas precies werkt. De
arts brengt via de urinebuis een dun slangetje (katheter) in de blaas en vult
deze met vocht. Terwijl u hoest of juist uitplast krijgt de arts informatie over
de blaasspier, de werking van de bekkenbodem en het soort urineverlies. Voor
dit onderzoek is een aparte afspraak nodig. Meer informatie vindt u in de folder
Het
urodynamisch onderzoek.
:: Behandeling van inspanningsincontinentie
Bij inspanningsincontinentie zijn verschillende soorten behandelingen mogelijk:
fysiotherapie, medicijnen, een ring of een operatie. De behandeling is afhankelijk
van uw klachten en de gegevens van het onderzoek. Over het algemeen lijkt het
logisch om met de minst ingrijpende behandeling te beginnen.
Inspanningsincontinentie is niet gevaarlijk. U hoeft dan ook nooit onmiddellijk
een beslissing te nemen. Als er niet op een eenvoudige manier wat aan uw klachten
te doen is, kan de gynaecoloog of uroloog een ingrijpender behandeling zoals
een operatie voorstellen. U bent echter degene die de voor- en nadelen van een
behandeling tegen elkaar moet afwegen.
-- Fysiotherapie
Fysiotherapie heeft vaak als doel de bekkenbodemspieren te versterken door oefening
en training. U leert uw bekkenbodemspieren bewust te gebruiken, waardoor u het
urineverlies bij hoesten of lachen meestal kunt voorkomen of verminderen. Meer
informatie vindt u in de folder
Fysiotherapie
bij bekkenbodemproblemen.
-- Medicijnen
Medicijnen bij inspanningsincontinentie zijn meestal weinig effectief, werken
vaak maar kort en geven soms veel bijwerkingen. Ze worden daarom bij deze klachten
zelden gegeven.
-- Een ring of pessarium
Een ring (pessarium) biedt soms een oplossing voor klachten van inspanningsincontinentie.
Door een ring wordt een verzakte blaas of urinebuis weer op de juiste plaats
teruggebracht. Niet elke vrouw met incontinentieklachten kan met een ring geholpen
worden: de stevigheid van de bekkenbodem speelt hierbij een rol. Een goed passende
ring voelt u niet zitten, ook niet bij seksuele gemeenschap. Een ring kan zo
voor sommige vrouwen een simpele oplossing bieden voor inspanningsincontinentie.
Meer informatie vindt u in de folder
Ring
of pessarium bij bekkenbodemproblemen.
-- Andere hulpmiddelen
Bij klachten over inspanningsincontinentie zijn er naast bekkenbodemoefeningen
en een ring nog andere mogelijkheden om de klachten te verminderen. Een simpele
oplossing is het inbrengen van een (eventueel natgemaakte) tampon in de vagina.
Hierdoor wordt de overgang tussen de blaas en de urinebuis als het ware wat naar
boven geduwd, zodat urine moeilijker wegstroomt. Voor vrouwen die bijvoorbeeld
alleen tijdens sporten last van urineverlies hebben, is dit soms voldoende.
Er zijn nog een aantal andere hulpmiddelen die u zelf in de vagina of de urinebuis
kunt inbrengen om ongewenst urineverlies tegen te gaan. De arts kan u hierover
meer informatie geven.
-- Operatieve behandelingen
Als boven beschreven maatregelen onvoldoende oplossing voor uw klachten bieden,
wordt doorgaans een operatie aangeraden. De soort operatie is afhankelijk van
uw klachten, het gynaecologisch onderzoek en de uitkomsten van eventueel aanvullend
onderzoek. Een operatie heeft als voordeel dat uw klachten meestal verminderen
of verdwijnen; wel moet u er altijd rekening mee houden dat ze na een aantal
jaren kunnen terugkeren; ook is er een kleine kans op complicaties.
Voor inspanningsincontinentie bestaan er veel soorten operaties. Voor de komst
van de TVT-operatie paste men de Burch-operatie het meest toe. Daarbij wordt
de voorwand van de vagina omhoog getrokken en achter het schaambeen vastgezet.
Bij die deze operatie is de kans groot dat het urineverlies verdwijnt of vermindert,
maar het is een relatief grote buikoperatie die zo'n zes weken herstel vraagt.
In steeds meer ziekenhuizen wordt daarom nu de TVT-operatie gebruikt: het herstel
is sneller, de eerste resultaten van de operatie zijn hetzelfde, en complicaties
komen niet vaker voor. Als tegelijkertijd een andere buikoperatie nodig is, zoals
een baarmoederverwijdering, doet men wel vaak een Burch-operatie.
Zoals eerder gezegd: incontinentieproblemen zijn niet gevaarlijk. Er is dan ook
nooit haast om tot een operatie te besluiten.
Meer informatie vindt u in de folder
Bekkenbodem-
en incontinentie-operaties.
-- Kiezen voor een behandeling
Soms is het mogelijk tussen behandelingen te kiezen. Bij inspanningsincontinentie
is fysiotherapie vaak de eerste keuze. Als dit onvoldoende helpt, kan een ring
worden geplaatst of een operatie worden uitgevoerd. Beide behandelingen hebben
voor- en nadelen.
De keuze tussen een ring of een operatie hangt natuurlijk af van de vraag of
er een ring voor u is die uw klachten voldoende verhelpt. Is dat niet het geval,
dan is het alternatief een operatie of leren leven met de klachten. Als een ring
wel past en uw klachten verhelpt, is het uw beslissing of u de ring wilt blijven
gebruiken of toch voor een operatie kiest.
Bij een ring is er altijd een kleine kans dat op latere leeftijd alsnog een operatie
noodzakelijk is. Maar ook na een operatie kan het gebeuren dat de klachten weer
terugkomen en dat er opnieuw geopereerd moet worden. De voor- en nadelen van
een ring en de overwegingen bij de keuze tussen een ring en een operatie worden
besproken in de folder
Ring
of pessarium bij bekkenbodemproblemen.
-- Wie behandelt u bij klachten over inspanningsincontinentie
Als de inspanningsincontinentie gepaard gaat met klachten van andere organen
(darmen, vagina) is soms onderzoek, advies of behandeling door meer hulpverleners
gewenst. Meer informatie vindt u in de brochure
Bekkenbodemproblemen
bij vrouwen. Als er alleen klachten van inspanningsincontinentie zijn, wordt
u door de gynaecoloog of de uroloog behandeld, soms ook door beiden. Zowel gynaecologen
als urologen voeren de TVT-operatie uit.
Wat is een TVT-operatie
TVT is rond 1995 ontwikkeld in Zweden en wordt steeds meer toegepast in Nederland.
Ten tijde van het schrijven van deze brochure (2001) vindt deze operatie nog
niet in alle ziekenhuizen plaats. De TVT-operatie is een operatie om inspanningsincontinentie
te verhelpen.
Evenals bij andere operaties voor deze klacht is het doel het afsluitmechanisme
van de blaas te verstevigen. In vergelijking met andere operaties is de operatie
weinig belastend. De kans is groot dat de klachten verbeteren. Bij de operatie
trekt de arts de urinebuis die wat naar beneden is gezakt, omhoog, zodat de urine
minder gemakkelijk uit de blaas wegstroomt.

Een tension-free vaginal tape (TVT) is een
draagband van fijngeweven kunststof (niet-oplosbaar) hechtmateriaal die de urinebuis
in de richting van de buikwand trekt. De arts brengt het draagbandje via de vagina
in en zorgt ervoor dat dit achter het schaambeen langs onder de huid net boven
het schaambeen uitkomt (zie tekening). Het bandje wordt niet vastgemaakt omdat
het door weerstand niet kan verschuiven en binnen korte tijd vergroeit met het
weefsel eromheen.
:: Resultaten
De resultaten van de TVT-operatie zijn even goed als die van de Burch-operatie.
Voor zover nu bekend (vijf jaar nadat de eerste vrouwen geopereerd zijn) is de
verbetering blijvend en lijken de klachten niet terug te keren. Van de Burch-plastiek
zijn gegevens op langere termijn (meer dan vijf jaar) bekend, van de TVT-operatie
nog niet. Hoe bijvoorbeeld littekenweefsel rond het bandje na de overgang zal
reageren, is onbekend.
:: De kans dat de operatie uw klachten verhelpt
De kans dat het urineverlies helemaal verdwijnt, is ongeveer 86%. Bij 8% van
de geopereerde vrouwen vermindert het urineverlies duidelijk, maar zij zijn niet
helemaal droog. Bij 6% van de vrouwen helpt de operatie niet. Bedenk dus dat
er geen garantie op succes is.
Hoe verloopt een TVT-operatie
:: De operatie zelf
De operatie gebeurt op de operatiekamer en kan plaatsvinden onder narcose, met
een ruggenprik, of met een kortwerkend slaapmiddel dat gecombineerd wordt met
plaatselijke verdoving. U krijgt dan het slaapmiddel via een naald in uw arm
of hand toegediend, en de operateur verdooft plaatselijk de onderbuik net boven
het schaambeen en het deel van de vagina dat rond de urinebuis ligt. Veel gynaecologen
en urologen in Nederland gebruiken de combinatie van plaatselijke verdoving en
een slaapmiddel.
Het bandje dat tijdens de operatie wordt ingebracht, komt in een U-vorm te liggen.
Net onder de blaas ligt de urinebuis op de bodem van de U. Beide bovenkanten
van de benen van de U komen net boven het schaambeen uit. Op deze plaats maakt
de operateur twee sneetjes. Door een andere kleine snee in de vagina steekt de
arts links en rechts van de urinebuis het bandje door naar de twee sneetjes in
de onderbuik. Zo wordt de urinebuis in de richting van de buikwand getrokken.
Tijdens de operatie controleert de arts via een kijkbuis in uw blaas of er geen
beschadiging van de urinebuis of blaas optreedt. Nadat de band is aangebracht,
vraagt men u te hoesten. Dit kan alleen als er geen narcose (of ruggenprik) wordt
gebruikt. Terwijl u hoest trekt de arts de band aan tot u geen urine meer verliest.
Bij narcose is dit hoesten niet mogelijk, en trekt de arts het bandje zo stevig
aan als waarschijnlijk nodig is. De twee uiteinden van de band worden dan net
onder de huid afgeknipt. Daarna wordt de huid gehecht, vaak met hechtingen die
uit zichzelf verdwijnen.
Om ontstekingen te voorkomen, krijgt u tijdens de operatie een antibioticum.
Bent u overgevoelig voor een bepaald soort antibioticum, vertel dit dan voor
de operatie, zodat de arts er rekening mee kan houden.
:: Na de operatie in het ziekenhuis
Na de operatie gaat u terug naar de afdeling. Meestal hebt u geen blaaskatheter
en kunt u na enkele uren zelf plassen. Na een ruggenprik krijgt u vaak wel kortdurend
een katheter tot de verdoving is uitgewerkt. Nadat u zelf de eerste keren geplast
heeft, controleert een verpleegkundige met een katheter of een scan of u de blaas
voldoende leegt. Na twee à drie keer plassen lukt dit meestal goed. Soms
moet de katheter een of meer dagen in de blaas blijven tot u goed kunt uitplassen.
Het wondje in de vagina veroorzaakt na de operatie vaak een paar dagen wat bloedverlies
en/of bloederige afscheiding.
De eerste dagen krijgt u medicijnen tegen de pijn. Het antibioticum moet u meestal
een week innemen. Het is belangrijk de voorgeschreven kuur af te maken.
De dag van de operatie of een of enkele dagen later gaat u naar huis.
:: Weer thuis
-- Het plassen
De eerste weken na de operatie hoeft u niet extra te drinken. Wel is het belangrijk
regelmatig te plassen, ten minste vijf keer per dag.
De eerste weken treedt soms nog ongewild urineverlies op. Ook kunt u tijdelijk
meer aandrang voelen. Sommige vrouwen hebben het gevoel 'over een weerstand'
te plassen. Dat gevoel verdwijnt later vanzelf.
-- Niet zwaar tillen
De eerste twee weken is het belangrijk om niet zwaar te tillen: bij voorkeur
geen kinderen tillen, geen zware boodschappentassen dragen en geen ander zwaar
werk doen. Bespreek voor de operatie met de arts of het verstandig is extra hulp
voor deze periode te regelen. Daarna kunt u uw gewone werkzaamheden gaandeweg
hervatten.
-- En verder...
Direct na de operatie kunt u weer onder de douche. Wacht met het nemen van een
bad tot de bloederige afscheiding uit de vagina gestopt is. Gebruik geen tampons
de eerste twee weken na de operatie, en wacht vier weken met seksuele gemeenschap.
Complicaties
De kans op complicaties bij een TVT-operatie is klein, en niet groter dan bij
andere operaties in verband met inspanningsincontinentie. We beschrijven hier
de complicaties die het meest voorkomen.
-- Een blaasontsteking
Soms treedt na de operatie een blaasontsteking op, maar bij gebruik van een antibioticum
komt dit zelden voor.
-- Een vaginale schimmelinfectie
Door het antibioticum dat u moet gebruiken, ontstaat soms een vaginale schimmelinfectie.
U merkt dit door jeuk. Ook plassen is dan vaak pijnlijk. Vraag de (huis)arts
om een medicijn. Spoel zo nodig tijdens het plassen met water uit een fles, zodat
het plassen minder pijn doet. Voorkom dat u de urine te lang ophoudt.
-- Een kleine bloeduitstorting in de buikwand
Bij een bloeduitstorting ziet u een rode bult van opgehoopt bloed onder de sneetjes.
Vaak verdwijnt dit vanzelf: de bloeduitstorting verspreidt zich dan onder de
huid, waardoor het omringende gebied alle kleuren van de regenboog aanneemt.
Soms komt het bloed via de sneetjes naar buiten. Dit kan geen kwaad. Als bloed
en wondvocht naar buiten gekomen zijn, genezen de wondjes vanzelf. Gebruik in
die tijd een pleister of een gaas om uw kleren te beschermen.
-- Een bloeding in de vagina tijdens de operatie
Als deze complicatie optreedt, brengt de arts een tampon in de vagina en krijgt
u een blaaskatheter. De tampon - een lang gaaslint dat de vagina stevig opvult
- wordt een of twee dagen later door de verpleegkundige verwijderd. Schrik niet
van de lengte.
-- Het lukt niet om te plassen
Bij sommige vrouwen lukt het na de operatie niet om te plassen; een tijdelijke
blaaskatheter is dan noodzakelijk. Meestal lukt het plassen na een paar dagen
wel, maar bij enkele vrouwen (minder dan 1%) blijft de klacht bestaan. Zij moeten
leren om zelf de blaas met een katheter leeg te maken. Het bandje kan wel losgemaakt
worden. Soms is het noodzakelijk dit binnen enkele dagen na de operatie te doen,
maar meestal gebeurt dit pas vele maanden na de operatie om te voorkomen dat
weer ongewenst urineverlies optreedt.
-- Een beschadiging van de urinebuis of de blaas
Bij deze zeldzame complicatie wordt de beschadigde blaas of urinebuis, waar een
gat in is ontstaan, direct hersteld. U krijgt dan een blaaskatheter en moet langer
in het ziekenhuis blijven. Een beschadiging van de blaas of urinebuis geneest
meestal na enige tijd goed.
-- Een nieuwe klacht: aandrangincontinentie
In de eerste dagen en weken na de operatie ontstaat soms een nieuwe klacht: aandrang-incontinentie.
Er is dan zeer vaak aandrang om te plassen. Meestal is dit tijdelijk, een enkele
keer niet. Het is een complicatie die ook bij andere incontinentie-operaties
voorkomt.
-- * In uitzonderlijke gevallen wordt het draagbandje niet goed verdragen, wat een slechte vaginale genezing tot gevolg heeft. Dit lost zichzelf in de meeste gevallen op zonder dat het draagbandje verwijderd hoeft te worden.
* Noot van het ICG team, 25-07-08
-- Complicaties op langere termijn
Omdat de operatie pas een jaar of vijf is uitgevoerd op het moment dat deze brochure
geschreven wordt, is nog niets bekend over complicaties die na langere tijd optreden.
:: Controle na de operatie
De meeste gynaecologen en urologen verwachten u ongeveer een week na de operatie
voor een eerste controle. Daarna volgen meestal nog enkele controleafspraken.
Bij deze controles is het beter dat de blaas niet leeg is. Zo kan worden nagegaan
of de plasbuis goed is opgehangen en kan de arts een indruk krijgen van de mate
van eventueel urineverlies bij hoesten.
:: Wanneer moet u tussentijds contact opnemen?
Neem bij onverwachte gebeurtenissen zoals koorts, veel pijn, veel bloedverlies,
of niet goed kunnen uitplassen contact op met de behandelend arts of een plaatsvervanger.
Tot slot
Hebt u nog vragen, aarzel dan niet deze met uw arts te bespreken.
Om verder te lezen
Brochures en folders zijn te verkrijgen bij de gynaecoloog, uroloog of het patiëntenservicebureau
van het ziekenhuis. U kunt ze ook vinden op het internet:
www.nvog.nl, rubriek voorlichting.
Op deze site:
Bekkenbodemproblemen
bij vrouwen
Het
urodynamisch onderzoek
Fysiotherapie
bij bekkenbodemproblemen
Ring
of pessarium bij bekkenbodemproblemen
Bekkenbodem-
en incontinentie-operaties
Seksuele problemen bij vrouwen
(deze folder geeft ook informatie over andere seksuele problemen)