Het ICG werkt samen met het UMCG en Zorgbelang Groningen mee aan een internetonderzoek onder vrouwen met PMS (het Premenstrueel Syndroom).
Het is heel belangrijk verder onderzoek te doen naar PMS.
Ook blijkt in de praktijk via onze e-mailconsulten en het lotgenotenforum, dat de communicatie tussen arts en patiënt beter zou kunnen verlopen.
Hieraan wordt ook aandacht besteedt in deze vragenlijst.
Lees verder het onderstaand artikel van Prof.dr. Harry van de Wiel.
Als hoogleraar gezondheidspsychologie in het UMCG houd ik mij bezig met de emancipatie en empowerment van chronisch zieken. In dat kader wil ik uw aandacht vragen voor een veel voorkomende, maar wat ‘vergeten’ chronische aandoening onder vrouwen: het Premenstrueel Syndroom (PMS).
PMS is het optreden van een breed scala aan klachten in de tweede helft van de menstruatiecyclus die weer verdwijnen bij het begin van de menstruatie. De klachten die vaak na het dertigste jaar en na het krijgen van kinderen beginnen, variëren van lichamelijk ongemak (pijnlijke borsten, buik- en hoofdpijn etc.) tot grote psychische en sociale problemen. Menig relatie is stukgelopen op PMS! Naar schatting heeft een kleine 5% van de vrouwen tussen de 15 en 45 jaar last van PMDD, een zeer ernstige vorm van PMS. Rond de 25% van de vrouwen in deze leeftijdscategorie heeft PMS- of PMS-achtige klachten, waardoor ze in de periode voor de menstruatie niet optimaal kunnen functioneren.
Hoewel PMS enerzijds een veelvoorkomend probleem is met forse persoonlijke en maatschappelijke gevolgen, is er anderzijds relatief weinig over bekend. Medisch gezien is de oorzaak nog steeds onbekend en vrouwen met PMS worden dan ook door artsen op zeer uiteenlopende wijze behandeld. Deze enquête is bedoeld om inzicht te krijgen in de aard en omvang van de problemen die PMS teweegbrengt, maar vooral ook om handvatten te vinden om vrouwen in staat te stellen om, ondanks PMS-klachten, een zo normaal mogelijk leven te leiden.
U kunt daarbij helpen door de (anonieme) vragenlijst in te vullen.
Bij voorbaat dank!
Prof.dr. Harry van de Wiel,
Wenckebach Instituut, UMCG